Oordeelsvorming door accreditatiepanels

Het Nederlandse accreditatiestelsel voor hoger onderwijs is in het leven geroepen om de kwaliteit van het Nederlandse hoger onderwijs te evalueren door middel van periodieke peer review door accreditatiepanels. In mijn onderzoek bestudeer ik hoe deze panels samenwerken om tot een gezamenlijk oordeel te komen. In dat proces moeten panelleden de verschillende perspectieven op hoger-onderwijskwaliteit overbruggen, zoals die in het panel zijn vertegenwoordigd. Een paar recente uitkomsten van dit onderzoek staan op de output-pagina.
Onderzoeksopzet
Mijn onderzoeksaanpak is empirisch-filosofisch: ik combineer wetenschapsfilosofie met historisch werk en kwalitatief onderzoek. Mijn belangrijkste filosofische invalshoeken zijn de filosofie van het meten (philosophy of measurement) en oordeelsaggregatietheorie (judgment aggregation theory). Vanuit deze invalshoeken bekijk ik het Nederlandse accreditatiestelsel als een evalautie- en meetpraktijk, die zich sinds de jaren 80 heeft ontwikkeld, voor een belangrijk deel in reactie op praktijkervaringen van duizenden accreditatiepanels.
In het werk van acreditatiepanels staat sociale deliberatie centraal: panelleden wisselen hun standpunten uit en werken aan een collectief eindoordeel over de kwaliteit van een hogeronderwijsopleiding. Mijn interesse gaat vooral uit naar de manier waarop uiteenlopende stakeholder-perspectieven op de kwestie ‘wat is goed hoger onderwijs?’, worden samengevoegd tot één collectief oordeel dat past bij de formele beoordelingscriteria in het NVAO-beoordelingskader.
Op basis van mijn onderzoek hoop ik een interdisciplinaire bijdrage te leveren aan de sociale epistemologie van collectieve oordeelsvorming; en ik hoop dat het onderzoek accreditatiepanels, beleidsmakers en docenten zal helpen bij het verder ontwikkelen en verbeteren van de kwaliteit(szorg) in het hoger onderwijs.
Begeleiding
Mijn promotie-onderzoek wordt begeleid door prof. dr. Jan-Willem Romeijn (Filosofie, RUG) en prof. dr. Rafael Wittek (Sociologie, RUG).
Om de praktische en maatschappelijke relevantie van mijn onderzoek te verhogen overleg ik met mijn klankbordgroep, met daarin vertegenwoordigers van:
- (Evaluatie)bureaus Academion, AeQui, Hobéon en NQA.
- De NVAO.
- Kwaliteitszorg-managers van een aantal hogeronderwijsinstellingen.
- De Onderwijsinspectie (Ministerie van OCW).
Privacy en data-management
Om privé- en bedrijfsgegevens te beschermen, worden alle onderzoeksgegevens zorgvuldig verwerkt. Maatregelen op het gebied van privacy en data-management voldoen aan de GDPR en beleid van Rijksuniversiteit Groningen. Onderzoeksgegevens worden alleen opgeslagen op de beveiligde servers van de RUG, en alle deelnemers wordt gevraagd om expliciete toestemming (‘informed consent’) voordat aantekeningen van interviews of observaties worden opgeslagen. Neem contact op voor meer informatie.
Financiering
Mijn onderzoek wordt hoofdzakelijk gefinancierd door een promotiebeurs van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), dossiernummer 023.016.011.
Aanvullende financiering is van Avans Hogeschool, en van het onderzoeksprogramma SCOOP: Sustainable Cooperation – Roadmaps to Resilient Societies (SCOOP), a 2017 Gravitation Program funded by the Netherlands Organization for Scientific Research (NWO) and the Dutch Ministry of Education, Culture and Science (OCW) (grant number 024.003.025).
Gedurende de vijf jaar van mijn onderzoek (2021-2026), doneer ik jaarlijks 1% van mijn promotiebeurs aan de UAF. De UAF ondersteunt gevluchte studenten en professionals bij hun opleiding en hun integratie op de Nederlandse arbeidsmarkt.
